← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2019:4223

1820 AOW Datum uitspraak: 19 december 2019 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2017, 17/257 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats], Duitsland (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 november

  1. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellant is geboren [in] 1945 en woont sinds 1973 in Duitsland. Hij ontvangt met ingang van 1 oktober 2010 een Duits ouderdomspensioen. Op 1 september 2015 heeft appellant een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd. Deze aanvraag is door de Svb bij besluit van 25 mei 2016 afgewezen. 1.
  3. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 25 mei 2016 is bij besluit van 7 december 2016 (bestreden besluit) gegrond verklaard. Appellant is daarbij alsnog met ingang van 1 september 2014 een AOW-pensioen toegekend van 6% van het maximale pensioen.
  4. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De ingangsdatum van het pensioen is naar het oordeel van de rechtbank terecht op 1 september 2014 vastgesteld. De rechtbank volgt de conclusie van de Svb dat de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding geven om het AOW-pensioen met verdergaande terugwerkende kracht toe te kennen.
  5. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat hij recht heeft op het AOW-pensioen met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat appellant niet met verdergaande terugwerkende kracht dan met ingang van 1 september 2014 recht heeft op AOW-pensioen. Daarbij spitst het geschil zich toe op de vraag of sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de AOW. 4.
  8. Volgens de in de rechtspraak aanvaarde uitleg van de Svb is onder meer sprake van een bijzonder geval: - indien de belanghebbende door een niet aan hem toe te rekenen oorzaak niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of te laten indienen; - indien de belanghebbende onbekend was met zijn mogelijke recht op uitkering en deze onbekendheid verschoonbaar was. Wanneer is vastgesteld dat sprake is van een bijzonder geval maakt de Svb van de bevoegdheid de uitkering met een terugwerkende kracht van meer dan één jaar toe te kennen eerst gebruik wanneer en voor zover sprake is van (financiële) hardheid. 4.
  9. Appellant wordt niet gevolgd in zijn stelling dat hij bij het Duitse orgaan in het kader van zijn aanvraag om een Duits ouderdomspensioen te kennen heeft gegeven ook in Nederland te hebben gewoond en/of gewerkt. In de eerste plaats heeft appellant zijn stelling niet met gegevens onderbouwd. Bovendien blijkt uit de aanvraaggegevens van het Duitse orgaan niet dat appellant toen melding heeft gemaakt dat hij in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt. Appellant heeft verder geen omstandigheden aangevoerd die een bijzonder geval zouden kunnen opleveren. Dit betekent dat de Svb aan de ingangsdatum van het AOW-pensioen van appellant terecht geen verdergaande terugwerkende kracht heeft verleend dan een jaar vóór de aanvraagdatum. 4.
  10. Uit overweging 4.2 en 4.
  11. volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  12. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van B.V.K. de Louw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december
  13. (getekend) A. van Gijzen (getekend) B.V.K. de Louw

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.