191373 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Datum uitspraak: 17 december 2019 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 12 februari 2019, 18/1654 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Venray (college) Datum uitspraak: 17 december 2019 Zitting heeft: W.F. Claessens Griffier: H. Spaargaren. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 17 december 2019. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. K.E.J. Dohmen, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: Appellant is op 7 november 2017 van Sint Maarten naar Nederland gekomen. Hij heeft zich, na een kort verblijf in [plaatsnaam], op 22 november 2017 bij het college gemeld om bijstand aan te vragen ingevolge de Participatiewet (PW). Op 14 december 2017 heeft appellant de aanvraag ingediend. Bij brief van 16 januari 2018 heeft het college appellant verzocht om vóór 31 januari 2018 alle gegevens over zijn financiële situatie op Sint Maarten te verstrekken. Het college heeft er hierbij op gewezen dat appellant bewijsstukken, zoals bankafschriften, over de periode van 22 augustus 2017 tot 14 december 2017 dient in te leveren. Ook heeft het college erop gewezen dat als appellant de gevraagde gegevens niet op tijd inlevert, de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet verder in behandeling kan worden genomen. Appellant heeft de gevraagde gegevens niet verstrekt. Om die reden heeft het college bij besluit van 6 februari 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 juni 2018 (bestreden besluit), de aanvraag buiten behandeling gesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Vaststaat dat de gevraagde gegevens nodig waren voor een goede beoordeling van de aanvraag. Verder staat vast dat appellant de gevraagde gegevens niet vóór het einde van de hersteltermijn heeft verstrekt. Uitsluitend ligt ter beoordeling voor of appellant binnen de hem gegeven hersteltermijn redelijkerwijs de beschikking over de gevraagde gegevens heeft kunnen krijgen. Wat appellant aanvoert, komt erop neer dat het voor hem om de volgende redenen niet mogelijk was om binnen die termijn aan de gevraagde gegevens te komen. Appellant is al zijn eigendommen kwijtgeraakt door de orkaan Irma die Sint Maarten in september 2017 heeft getroffen. Hij beschikte op het eiland niet over een bankrekening, maar werd door zijn werkgevers uitbetaald met cheques die hij bij de bank omwisselde voor contant geld. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellant heeft nog geen begin van bewijs geleverd voor zijn stelling dat hij niet binnen de hersteltermijn over de gevraagde financiële gegevens uit Sint Maarten kon beschikken. Uit de beschikbare gegevens blijkt in ieder geval niet dat appellant binnen die termijn enige poging heeft ondernomen om aan gegevens te komen. Appellant heeft de hersteltermijn ongebruikt laten verstrijken en heeft binnen die termijn ook niet gevraagd om verlenging van de termijn. Gelet hierop was het college op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bevoegd om de aanvraag van appellant buiten behandeling te stellen. Wat appellant verder heeft aangevoerd komt er op neer dat, zoals ter zitting toegelicht, gelet op de omstandigheden waaronder appellant naar Nederland is gekomen - hij is als het ware gevlucht voor natuurgeweld - het college de bijstandsaanvraag van 14 december 2017 niet buiten behandeling had mogen stellen. Deze beroepsgrond slaagt ook niet. De enkele verwijzing naar de omstandigheden waaronder appellant naar Nederland is gekomen, levert geen grond op voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buiten behandelingstelling gebruik heeft kunnen maken. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd. Dit betekent dat de buiten behandelingstelling in stand blijft. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. (getekend) W.F. Claessens (getekend) H. Spaargaren
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.