178173 PW-PV, 17/8176 PW-PV Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroep en tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 9 november 2017, 17/2976 en 17/5306 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant 1] en [appellant 2] , beiden te [woonplaats] (appellanten) Het college van burgemeester en wethouders van Westland (college) Datum uitspraak: 5 februari 2019 Zitting hebben: O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en J.N.A. Bootsma en E.C.G. Okhuizen als leden. Griffier: L. Hagendijk [appellant 2] is verschenen, in zaak 17/8173 bijgestaan door mr. C.I. Zaad, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Simons. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken. Dit betekent dat de aanvragen op grond van de Participatiewet (PW) voor individuele inkomenstoeslag (IIT) van 15 september 2016 (voor de jaren 2015 en 2016) en van 7 februari 2017 (voor het jaar 2017) terecht zijn afgewezen. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. De stelling van appellanten dat bepalend is of zij alleen op het moment van de aanvragen niet beschikten over in aanmerking te nemen vermogen, is niet juist. Voor de vraag of zij recht hebben op een IIT is, gelet op artikel 36, eerste lid, van de PW en artikel 1, aanhef en onder b en c, van de Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Westland 2015, bepalend of zij in de gehele referteperiode van drie jaar voor de aanvragen niet over in aanmerking te nemen vermogen beschikten. De in artikel 36, eerste lid, van de PW gestelde voorwaarde “het langdurig hebben van een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen” moet zo worden gelezen, dat een betrokkene langdurig een laag inkomen heeft én langdurig geen in aanmerking te nemen vermogen heeft. Dit heeft de Raad ook al beslist in overweging 4.3 van zijn tussen appellanten en het college gedane uitspraak van 20 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.