← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2019:993

184711 WUV-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 31 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:

  1. Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] , Israël (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder) Datum uitspraak: 14 maart 2019 Zitting heeft: C.H. Bangma. Griffier: J. Smolders. Verzoekster is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Bij de genoemde uitspraak van de Raad is beslist op het beroep van verzoekster tegen het besluit van verweerder van 10 augustus
  2. Aan verzoekster is wel een vergoeding toegekend voor aanschaf van een scootmobiel voor één persoon, maar het verzoek om toekenning van een vergoeding voor het aanschaffen van een scootmobiel voor twee personen werd afgewezen op de grond dat die voorziening niet in verband staat met de uit de vervolging voortvloeiende klachten van verzoekster. De Raad heeft de afwijzing niet voor onjuist kunnen houden. Namens verzoekster wordt gesteld dat de huisarts ten onrechte meldde dat verzoekster zelfstandig de scootmobiel kan gebruiken en dat de huisarts hen nog nooit op de grote scootmobiel heeft gezien. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. In wat namens verzoekster is aangevoerd, heeft de Raad geen feiten of omstandigheden aangetroffen die voldoen aan de in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb omschreven voorwaarden. De stelling van verzoekster dat de verklaring van de huisarts onjuiste informatie bevat, strekt ertoe een discussie over de inhoudelijke juistheid van de uitspraak te openen. Volgens vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraak van 24 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1570) is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te openen of om de daarin gedane uitspraak ter discussie te stellen. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) J. Smolders (getekend) C.H. Bangma lh

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.