← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:1125

Datum uitspraak: 22 mei 2020 19/4372 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 augustus 2019, 18/105 Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 augustus 2019, 18/

  1. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening. Bij brief van 26 oktober 2019 is verzoeker erop gewezen dat een griffierecht van € 128,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 26 november 2019 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoeker er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden. Bij brief van 25 december 2019, ontvangen bij de Raad op 23 januari 2020 is verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Dit verzoek is niet binnen de gestelde betalingstermijn ter post bezorgd. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 mei
  2. (getekend) M.M. van der Kade (getekend) E. Blijleven-de Vries Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) Déclare la requête de révision non recevable Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. L'intéressé présentant l'opposition pourra demander d'avoir l'opportunité d'être entendu sur son opposition.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.