← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:1365

185038 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2018, 17/5084 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 1 juli 2020 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. T.A. Vetter, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten. OVERWEGINGEN 1.

  1. Appellante is werkzaam geweest als sociaal cultureel medewerker. Vanaf 27 mei 2011 ontvangt zij een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 80-100%. 1.
  2. Op 14 juli 2014 en 25 februari 2015 heeft zij bij het Uwv gemeld dat haar gezondheid is verslechterd doordat zij op 27 februari en 20 juli 2014 beroertes heeft gekregen. Na medisch en arbeidskundig onderzoek is aan haar bij besluit van 15 februari 2017 per 9 februari 2017 een uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) toegekend. Vervolgens heeft het Uwv bij besluit van 20 juli 2017 (bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 februari 2017 gegrond verklaard. De ingangsdatum van de IVA-uitkering wordt gesteld op 21 januari
  3. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 4 januari 2018 uiteengezet dat bij een hersenbloeding de uiteindelijke restfunctie onvoorspelbaar is. Een goed overwogen en te onderbouwen inschatting is pas te maken zes maanden na de hersenbloeding. Dat blijkt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook uit de NHG-Standaard CVA. De rechtbank heeft geen grond gezien om aan dit standpunt te twijfelen. Het Uwv heeft dus terecht zes maanden na de tweede beroerte als ingangsdatum voor de IVA-uitkering genomen. 3.
  4. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank alleen rekening heeft gehouden met de hersenbloeding. Bij appellante zijn ook allerlei andere chronische aandoeningen aanwezig die reden geven om duurzame beperkingen aan te nemen. 3.
  5. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.
  6. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  7. Tussen partijen is enkel in geschil de ingangsdatum van de IVA-uitkering. 4.
  8. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat. 4.
  9. De Raad heeft in zijn uitspraak van 4 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1896, geoordeeld dat de verzekeringsarts zich een oordeel dient te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA. Hierbij moet hij een inschatting maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar na het ontstaan van het recht op een uitkering en in de periode daarna dient te berusten op een concrete en degelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn, voor zover die feiten en omstandigheden betrekking hebben op de medische situatie van de verzekerde op de datum in geding. Indien die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde. 4.
  10. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het Uwv de ingangsdatum van de IVA-uitkering terecht op 21 januari 2015 heeft bepaald. De Raad verwijst naar overwegingen 8 tot en met 11 van de aangevallen uitspraak. Wat betreft de stelling van appellante dat ook haar andere aandoeningen tot duurzame arbeidsongeschiktheid leiden, verwijst de Raad naar het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 15 februari
  11. Daarin is uiteengezet dat er geen reden is om aan te nemen dat vanaf 2011 sprake is geweest van duurzame arbeidsongeschiktheid en dat verbetering toen al niet meer te verwachten was. Dat appellante in 2014, toen zij de beroertes kreeg, al geruime tijd arbeidsongeschikt was, is ook geen reden om duurzaamheid aan te nemen. Zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep te kennen heeft gegeven was een deel van de beperkingen aangenomen op basis van een depressie, wat een goed behandelbare aandoening is. Na de eerste beroerte heeft appellante revalidatiebehandeling gehad. Voorts is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep beargumenteerd dat na de tweede beroerte een andere situatie is ontstaan en dat zes maanden na de tweede beroerte een eindtoestand is bereikt en een uitspraak kan worden gedaan over de duurzaamheid. De Raad ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen. 4.
  12. Uit overwegingen 4.2 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  13. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Evenmin is er reden voor een veroordeling tot vergoeding van schade. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van B.V.K. de Louw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli
  14. (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen (getekend) B.V.K. de Louw

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.