← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:1379

194148 AOW Datum uitspraak: 2 juli 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 augustus 2019, 18/5255 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft [naam] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Gerechtshof heeft dit doorgezonden aan de Raad, omdat niet het Gerechtshof maar de Raad de bevoegde instantie is. De Svb heeft een verweerschrift ingediend en een nader stuk ingezonden. Namens appellant is toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten. De Svb heeft niet binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht (nader) ter zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gesloten. OVERWEGINGEN

  1. Op het verzoek van appellant om de beslissing van 17 januari 2012 te herzien, heeft de Svb afwijzend beslist op 17 april
  2. Het bezwaar hiertegen is, in een beslissing van 10 juli 2018 (bestreden besluit), ongegrond verklaard.
  3. De rechtbank heeft het beroepschrift tegen het bestreden besluit ontvangen op 23 augustus
  4. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
  5. In hoger beroep stelt appellant dat hij wel tijdig beroep heeft ingesteld en dat het beroepschrift is ontvangen binnen een week na het einde van de beroepstermijn.
  6. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  7. Gezien de datum van het bestreden besluit diende het beroepschrift uiterlijk op 21 augustus 2018 door de rechtbank te zijn ontvangen, dan wel in ieder geval uiterlijk op die datum ter post te zijn bezorgd en binnen een week daarna door de rechtbank te zijn ontvangen. Uit de datumstempel op de envelop blijkt dat de brief op 22 augustus 2018 is afgestempeld. Het beroepschrift is op 23 augustus 2018 door de rechtbank ontvangen. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend. 4.
  8. Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet‑ontvankelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Met de rechtbank moet geoordeeld worden dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het beroepschrift wel tijdig ter post heeft bezorgd. 4.
  9. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook bevestigd worden.
  10. Voor toepassing van artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli
  11. (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) P. Boer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.