← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:1400

19/4776 ZVW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 september 2019, 18/7733 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te Spanje (appellant) het Centraal Administratiekantoor Datum uitspraak: 3 juli 2020 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 4 december 2019 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 128,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Tevens is erop gewezen dat appellant binnen de gestelde termijn een beroep kan doen op betalingsonmacht. Bij aangetekende brief van 4 januari 2020 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Evenmin heeft appellant een verzoek gedaan om ontheffing van de betaling van griffierecht. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat de indiener niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2020. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) P.A.M. Hulsdouw Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.