← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:1533

Datum uitspraak: 21 juli 2020 19/5065 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 november 2019, 19/2671 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. P.J. Stronks, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 13 december 2019 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 13 januari 2020 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Bij brief van 18 januari 2020 heeft de gemachtigde van appellant bericht dat appellant niet op een afspraak is verschenen om de gronden van het hoger beroep te bespreken. Nadien heeft de gemachtigde van appellant diverse pogingen ondernomen om met appellant in contact te komen, maar zonder resultaat. De gemachtigde van appellant heeft aangegeven dat hij onder deze omstandigheden geen mogelijkheden ziet de gronden van het hoger beroep aan te vullen en dat hij de uitspraak van de Raad tegemoet ziet. De Raad stelt vast dat binnen de in de brief van 13 januari 2020 gestelde termijn geen gronden zijn ingediend. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door J. Zimmerman, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2020. (getekend) J. Zimmerman (getekend) D.W.M. Kaldenhoven Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.