184457 WAJONG Datum uitspraak: 19 augustus 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 juli 2018, 18/686 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E. Akdeniz, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellante heeft een nader stuk ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Akdeniz. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Roele. OVERWEGINGEN 1.1. Appellante is geboren [in] 1998. Zij is in 2011 betrokken geweest bij een verkeersongeval waarbij zij hersenletsel heeft opgelopen. Ook heeft zij fysieke klachten. 1.2. Appellante heeft op 23 februari 2017 een aanvraag ‘beoordeling arbeidsvermogen’ ingediend. Daarbij is vermeld dat appellante rug-, schouder-, nek- en hoofdpijnklachten heeft. Het Uwv heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 6 juli 2017 heeft het Uwv de aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) afgewezen, omdat appellante nu geen arbeidsvermogen heeft maar deze situatie niet duurzaam is. 1.3. Bij besluit van 8 januari 2018 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 6 juli 2017 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het Uwv heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat appellante over arbeidsvermogen beschikt en daarom geen recht heeft op een Wajong uitkering. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. 2.1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv op juiste gronden heeft geoordeeld dat appellante over arbeidsvermogen beschikt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft na verzekeringsgeneeskundig onderzoek geconcludeerd dat er geen aanwijzingen voorhanden zijn die aannemelijk maken dat appellante niet gedurende een halve dag activiteiten kan ontplooien of die doen aannemen dat appellante niet gedurende een uur met een taak bezig kan zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is niet gebleken van een zodanig ernstig intellectueel defect, dat appellante geen opdrachten kan begrijpen of uitvoeren. Ook niet dat het maken en nakomen van afspraken door ziekte niet mogelijk is. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor twijfel aan dit oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De door appellante genoemde informatie van de neuroloog van 12 december 2012 en GZ-psycholoog van 30 januari 2014 heeft niet tot een ander oordeel geleid. Deze informatie doet niet af aan de overige medische informatie die zich in het dossier bevindt, zoals de informatie van de neuroloog van 5 februari 2013, het NPO uit 2016 en de informatie van de revalidatiearts van Heliomare van 2014. Appellante is in de gelegenheid geweest en heeft ook van de mogelijkheid gebruik gemaakt om de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwisten. Appellante heeft echter geen (recente) medische stukken ingediend waaruit blijkt dat de latere bevindingen van de neuroloog en de resultaten uit het NPO, alsook het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierover, niet juist zijn. De rechtbank heeft daarom geen aanleiding gezien om een deskundige te benoemen. 2.1.2. De rechtbank heeft verder overwogen dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep met inachtneming van de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde beperkingen voldoende inzichtelijk en overtuigend heeft gemotiveerd dat appellante in staat wordt geacht een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie. Als voorbeeldtaak heeft de arbeidsdeskundige de taak ‘scannen’ genoemd. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ook voldoende en overtuigend gemotiveerd dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikt. De arbeidsdeskundige heeft toegelicht dat appellante niet beperkt is op herinneren, interacties en aangaan van relaties, uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen en omgaan met meerderen. Bovendien heeft zij in het kader van de opleidingen en bijhorende stages, als ook met het behalen van haar rijbewijs laten zien dat zij afspraken kan nakomen. Appellante heeft de noodzaak voor voortdurende begeleiding niet met medische stukken onderbouwd. 3.1. Appellante heeft in hoger beroep staande gehouden dat zij niet over arbeidsvermogen beschikt. Appellante heeft aangevoerd dat het Uwv haar fysieke, psychische en cognitieve klachten heeft onderschat. Zij is niet in staat om zelfstandig op tijd te komen, afspraken na te komen en een halve dag te werken. Vanaf het ongeval is appellante steeds begeleid door haar moeder en zus. Verbetering is niet te verwachten omdat hersenschade niet behandelbaar is. Appellante heeft met een beroep op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015, ECLI:CHR:2015:1008JUD007721212 (Korošec), de Raad gevraagd een deskundige te benoemen, omdat volgens haar het beginsel van equality of arms is geschonden. Appellante stelt dat zij niet in staat is geweest om zelfstandig haar medische informatie te verzamelen en over te leggen en de rapportages gemotiveerd te betwisten. 3.2. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. 4. De Raad oordeelt als volgt. 4.1.1. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid en onder a, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft; 4.1.2. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.