Datum uitspraak: 17 september 2020 20/699 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2019, 19/2686 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats], Tunesië (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank PROCESVERLOOP M.H. Haddad heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 17 december 2019 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 18 februari 2020 ontvangen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij brief van 27 februari 2020 is aan de gemachtigde van appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. De gemachtigde van appellante heeft daarop bij brief van 25 maart 2020 geantwoord dat het hoger beroep binnen de daarvoor voorgeschreven wettelijke termijn is ingediend, te weten op 24 januari 2020, en dat wegens het uitblijven van de ontvangstbevestiging op 15 februari 2020 is gerappelleerd. Bij de brief is een kopie gevoegd van een hoger beroepschrift van 24 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.