← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:284

181927 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 2 maart 2018, 17/3055 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 12 februari 2020 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft A.H. Knigge hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten. OVERWEGINGEN 1.

  1. Appellante heeft zich op 13 december 2016 ziek gemeld voor haar werk als budgetconsulent. Het Uwv heeft haar op grond van de Ziektewet (ZW) ziekengeld toegekend. Appellante is op 24 juli 2017 onderzocht door een arts van het Uwv. Bij besluit van 24 juli 2017 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante met ingang van 25 juli 2017 geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij weer geschikt is om haar eigen werk te doen. 1.
  2. Appellante heeft tegen het besluit van 24 juli 2017 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 augustus 2017 heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard en zijn beslissing gehandhaafd dat appellante met ingang van 25 juli 2017 weer in staat is om als budgetconsulent te werken. Aan het besluit van 21 augustus 2017 ligt een rapport ten grondslag van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 augustus
  3. Appellante heeft tegen het besluit van 21 augustus 2017 beroep ingesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat een zorgvuldig medisch onderzoek heeft plaatsgevonden. De artsen van het Uwv waren van alle klachten van appellante op de hoogte en hebben informatie uit de behandelend sector bij hun gemotiveerde opvatting over de arbeidsgeschiktheid van appellante betrokken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om aan de bevindingen van de artsen van het Uwv te twijfelen. Dat appellante door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet op een spreekuur is onderzocht en is volstaan met dossieronderzoek betekent niet dat de besluitvorming onzorgvuldig is geweest. 3.
  4. Appellante heeft in hoger beroep verwezen naar de gronden die zij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. Volgens haar is de ZW-uitkering ten onrechte ingetrokken. 3.
  5. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak gevraagd.
  6. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  7. Voor de toepasselijke bepalingen wordt verwezen naar overweging 3 van de aangevallen uitspraak. 4.
  8. Appellante heeft met alleen de herhaling van wat zij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht geen nieuw licht op de zaak geworpen. De rechtbank heeft alle beroepsgronden besproken en daarover een goed gemotiveerd oordeel gegeven. Er is geen aanleiding in hoger beroep tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven. Het Uwv heeft een zorgvuldig onderzoek doen plaatsvinden waarmee de beslissing dat appellante op 25 juli 2017 geschikt was voor haar arbeid in de zin van artikel 19 van de ZW voldoende is onderbouwd. 4.
  9. Het hoger beroep van appellante slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  10. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van E.M. Welling als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 februari
  11. (getekend) M. Greebe (getekend) E.M. Welling

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.