182473 WAJONG Datum uitspraak: 10 december 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 16 april 2018, 17/2935 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. O.F.X. Roozemond, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN 1.1. Appellante, geboren [in] 1995, heeft met een door het Uwv op 15 september 2016 ontvangen formulier een aanvraag ingediend om uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij de aanvraag is informatie gevoegd van kinderarts-kinderneuroloog dr. I. van Ingelghem en van cardioloog dr. W. Smolders over de periode 2005 tot en met 2009. Het Uwv heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 20 december 2016 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet als duurzaam is ingeschat. 1.2. Bij besluit van 7 juli 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 20 december 2016 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft cardiologische informatie van 26 juni 2017 meegewogen en in afwijking van de eerdere medische beoordeling appellante wel gedurende vier uur per dag en één uur aaneengesloten belastbaar geacht. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voor appellante een drietal taken geselecteerd, die voor appellante als passend zijn aangemerkt. Het betreft de taken Bemannen balie, Scannen en Invoeren van gegevens. Appellante beschikt volgens het Uwv over arbeidsvermogen en voldoet daarmee niet aan de voorwaarden voor een uitkering op grond van de Wajong. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep mede op basis van informatie van de behandelend cardioloog heeft vastgesteld dat appellante een laagnormale bloeddruk heeft waardoor zij kan flauwvallen, maar dat dit geen reden is om aan te nemen dat appellante niet minimaal één uur aaneengesloten en vier uur per dag belastbaar is. De rechtbank ziet geen aanleiding die conclusie niet te volgen. De stelling van appellante dat zij geen reëel aanbod voor de arbeidsmarkt is wordt niet gevolgd. De rechtbank heeft overwogen dat beoordeeld moet worden of appellante beschikt over basale werknemersvaardigheden en of zij een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Appellante heeft hier geen gronden tegen aangevoerd zodat de rechtbank geen reden ziet voor het oordeel dat appellante niet aan deze voorwaarden voldoet. 3.1. Appellant heeft in hoger beroep de eerdere gronden van bezwaar en beroep gehandhaafd. 3.2. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. 4. De Raad oordeelt als volgt. 4.1.1. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die: a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft; b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was. 4.1.2. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.