183535 ZW-PV Datum uitspraak: 6 februari 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 mei 2018, 18/597 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Zitting heeft: T. Dompeling, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: A.L. Abdoellakhan Ter zitting is appellant noch zijn gemachtigde verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.J. Sjoer. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 12 januari 2018 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing gehandhaafd dat de uitkering van appellant op grond van de Ziektewet met ingang van 18 augustus 2017 wordt beëindigd, omdat appellant geschikt wordt geacht voor passende arbeid waarmee hij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant voldoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. Ook heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 28 november 2017 op inzichtelijke wijze heeft gemotiveerd waarom geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid van appellant. Voor het standpunt van appellant dat het Uwv onvoldoende beperkingen heeft aangenomen voor zijn psychische klachten ontbreekt een medische objectivering. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat er geen reden is om aan te nemen dat appellant belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van zijn standpunt dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat en dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen van de aangevallen uitspraak worden onderschreven. Appellant heeft ook in hoger beroep geen medische informatie overgelegd die aanleiding geeft tot twijfel aan de juistheid van het medisch oordeel. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) A.L. Abdoellakhan (getekend) T. Dompeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.