← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2020:405

18520 WAO Datum uitspraak: 20 februari 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 december 2017, 17/3157 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten. OVERWEGINGEN

  1. Met de beslissing op bezwaar van 19 mei 2017 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen een besluit van het Uwv van 2 november 2016 gegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv aan appellante een vergoeding van de kosten in bezwaar toegekend voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand ten bedrage van € 990,-. Op 29 mei 2017 heeft appellante tevens verzocht om vergoeding van de kosten gemaakt voor het raadplegen van een accountant ter hoogte van € 588,
  2. Het Uwv heeft dit verzoek afgewezen.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard.
  4. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij tijdig heeft verzocht om vergoeding van alle kosten die redelijkerwijs samenhangen met het voeren van de bezwaarprocedure. De kosten zoals op 29 mei 2017 opgevoerd zijn redelijk, aannemelijk en tijdig gevraagd en komen voor vergoeding in aanmerking. 3.
  5. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de nota van het accountantskantoor niet voor vergoeding in aanmerking komt. Tussen partijen is niet in geschil dat deze nota niet eerder is ingediend dan bij fax op 29 mei
  8. Op grond van artikel 7:15, derde lid, van de Awb dient het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar te worden gedaan voordat op het bezwaar is beslist. Het door appellante gedane algemene verzoek tot vergoeding van de redelijkerwijs gemaakte kosten in de bezwaarprocedure had niet kenbaar mede betrekking op specifieke kosten, zoals hier aan de orde. Het Uwv was niet gehouden eigener beweging na te gaan of er naast de kosten van de gemachtigde nog sprake is van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten. 4.
  9. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
  10. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van F.E.M. Boon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari
  11. (getekend) J.S. van der Kolk (getekend) F.E.M. Boon

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.