21/1406 WMO15-VV Datum uitspraak: 11 juni 2021 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college) WAAR GAAT HET OM EN WAT IS DE BESLISSING? Verzoeker wenst een “geschikte WMO-woning”. Hij vindt dat het college onvoldoende zijn best doet om hem te helpen en hem misleidt. Hij heeft de voorzieningenrechter van de Raad gevraagd maatregelen te treffen, zodat hij snel een geschikte woning krijgt. De voorzieningenrechter kan dit niet. De voorzieningenrechter kan pas onderzoeken of het college op vragen van verzoeker beslissingen heeft genomen die niet door de beugel kunnen als over zo’n beslissing een zaak bij de Raad speelt. Dat is niet het geval, zodat de voorzieningenrechter niets kan zeggen over het probleem van verzoeker. De voorzieningenrechter zal hieronder het procesverloop schetsen en zijn beslissing nader onderbouwen. PROCESVERLOOP Namens verzoeker is hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg van 14 december 2020, 20/2137 en 20/1652 (aangevallen uitspraak). Bij uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:934, is het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak nietontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft op 21 april 2021 opnieuw een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan. OVERWEGINGEN 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.