183379 WAJONG Datum uitspraak: 1 juli 2021 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 mei 2018, 17/2459 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft door middel van videobellen plaatsgevonden op 22 april 2021. Voor appellante is verschenen mr. Van Dorsselaer-Spapen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Smit. OVERWEGINGEN 1.1. Appellante, geboren op [geboortedag] 1998, heeft met een door het Uwv op 6 april 2017 ontvangen formulier een aanvraag ingediend om uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Daarbij is vermeld dat appellante overgevoelig is voor elektromagnetische velden afkomstig van wifi, gsm, G4 netwerk etc. Bij de aanvraag is onder meer een ontwikkelingsperspectiefplan van de Ambelt gevoegd en algemene informatie over stralingsziekte. Het Uwv heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 20 juni 2017 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen omdat appellante arbeidsvermogen heeft. 1.2. Bij besluit van 5 oktober 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 20 juni 2017 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is en dat de belastbaarheid van appellante op navolgbare wijze is weergegeven in het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 3 oktober 2017. Appellante wordt in staat geacht om vier uur per dag werkzaamheden te verrichten en een uur aaneengesloten te werken. In verband met het fenomeen electrohypersensitiviteit (EHS) heeft appellante alleen stukken overgelegd die niet op haar persoon betrekking hebben. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dan ook terecht geen reden gezien om meer beperkingen aan te nemen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat louter een diagnose niet bepalend is maar dat het moet gaan om geobjectiveerde beperkingen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft afdoende gemotiveerd dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikt en dat zij in staat is om de taken inpakken (nummer 2201) en invoeren van gegevens (nummer 1601) te verrichten. 3.1. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij klachten heeft als gevolg van elektromagnetische straling. De klachten ontstaan door klachtenhoogfrequente velden als wifi, DECT-telefoon, zendmasten (3g en 4g) en van laagfrequente velden, netvervuiling en magnetische velden. Omdat appellante ook angst ervaart voor de blootstelling aan straling heeft zij belemmeringen in het persoonlijk en sociaal functioneren. De primaire verzekeringsarts heeft de stralingsklachten erkend als aandoening maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet. Voor deze wijziging heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte geen nadere motivering gegeven. Ook het onderzoek is onzorgvuldig. Volgens appellante is in het verleden in andere procedures (inzake de Ziektewet en wet WIA) wel ziekte of arbeidsongeschiktheid aangenomen vanwege gevoeligheid voor elektromagnetische staling. Ook in dit geval bestaat daar aanleiding toe. Daarbij is van belang dat de anamnese van appellante consistent is, op grond waarvan de primaire verzekeringsarts beperkingen heeft aangenomen. Het Uwv had in dit geval dezelfde benadering moeten hanteren als bij SOLK. Bij deze benadering wordt wel gekeken naar de klachten en beperkingen ongeacht de gestelde oorzaak. De rechtbank gaat er ten onrechte vanuit dat appellante ter verkrijging van een stralingsarme omgeving een voorziening aan kan vragen. De door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geselecteerde taken worden in ieder geval niet verricht in een stralingsarme omgeving. 3.2. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. 4. De Raad oordeelt als volgt. 4.1.1. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die: a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft; b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was. 4.1.2. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.