Datum uitspraak: 24 juni 2021 20/4475 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat bij het beroepschrift zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft wordt overgelegd. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij het ingediende beroepschrift is geen aangevallen uitspraak overlegd. Bij brief van 29 december 2020 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij brief van 9 februari 2021 is appellant nogmaals de gelegenheid geboden de aangevallen uitspraak in te zenden. Daarbij is een termijn van twee weken gesteld. Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij brief van 1 maart 2021 is appellant wederom in de gelegenheid gesteld de aangevallen uitspraak in te zenden. Daarbij is een termijn van twee weken gesteld. Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 25 maart 2021 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de aangevallen uitspraak in te zenden. Daarbij is een termijn van twee weken gesteld en is appellant erop gewezen dat hij er rekening mee moet houden dat de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld. Ook als die termijn wordt overschreden. Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. De Raad heeft niet kunnen vaststellen om welke aangevallen uitspraak het gaat. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor het verzuim van appellant. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2021. (getekend) C.H. Bangma (getekend) K.R. van Renswoude Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.