193643 WMO15-PV Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 juli 2019, 18/6110 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) Datum uitspraak: 14 juli 2021 Zitting hebben: L.M. Tobé als voorzitter en H. Benek en A.T. Marseille als leden Griffier: R. van Doorn Ter zitting zijn verschenen: - appellante, bijgestaan door mr. A.C.R. Molenaar - het college, vertegenwoordigd door mr. J.C. Smit BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1.
- Appellante, geboren in 1966, is onder meer bekend met een schizo-affectieve stoornis. 1.
- Bij besluit van 4 december 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 maart 2018 (bestreden besluit), heeft het college aan appellante op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor het jaar 2018 een maatwerkvoorziening beschermd wonen verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Met dit pgb kocht appellante ondersteuning in bij haar moeder, bij wie zij in huis woonde.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft, voor zover van belang, overwogen dat geen aanleiding bestaat de te late indiening van het beroep verschoonbaar te achten. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van appellante om in geval van (psychische) ziekte te zorgen voor de behartiging van haar belangen. Niet is gebleken dat het inschakelen van hulp van derden in haar geval niet mogelijk was. Nu appellante zelf bezwaar heeft gemaakt en zich in deze procedure geen gemachtigde heeft gesteld is het niet aan het college om het bestreden besluit aan een ander dan appellante toe te sturen.
- Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. 4.
- De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het beroep wegens een niet verschoonbare termijnoverschrijding nietontvankelijk dient te worden verklaard. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel. 4.
- Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden naar voren gebracht en/of gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer (getekend) R. van Doorn (getekend) L.M. Tobé Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep