← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2021:1953

202028 ANW Datum uitspraak: 29 juli 2021 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 april 2020, 19/6336 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni

  1. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante is geboren in
  3. Op [trouwdatum] 1982 is appellante gehuwd met de heer [naam echtgenoot] (echtgenoot), geboren in
  4. Op [sterfdatum] 2018 is de echtgenoot overleden. Op 27 mei 2019 heeft appellante een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) aangevraagd. De Svb heeft de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) verzocht om informatie. De CNSS heeft in een verklaring van 9 januari 2019 vermeld dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse sociale wetgeving. In een besluit van 31 juli 2019 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. 1.
  5. Het bezwaar van appellante tegen het besluit van 31 juli 2019 is in een besluit van 4 november 2019 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Appellante heeft volgens de Svb geen recht op de nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de Anw.
  6. In de aangevallen uitspraak is het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de aanvraag terecht is afgewezen, omdat de echtgenoot niet verzekerd was. Volgens de rechtbank heeft de Svb terecht vastgesteld dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was, omdat hij op dat moment niet in Nederland woonde of werkte en ook in Marokko niet verzekerd was. 3.
  7. Appellante heeft in hoger beroep dat de nabestaandenuitkering ten onrechte niet is toegekend, omdat haar echtgenoot in Nederland heeft gewerkt. 3.
  8. De Svb heeft het standpunt ingenomen dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering.
  9. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  10. Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag om nabestaandenuitkering terecht is afgewezen. De Svb heeft terecht vastgesteld dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was, omdat hij op dat moment niet in Nederland woonde of werkte en ook in Marokko niet verzekerd was. De Raad neemt de motivering van de aangevallen uitspraak over, omdat de Raad het eens is met deze motivering en appellante in hoger beroep dezelfde gronden naar voren heeft gebracht als in beroep. 4.
  11. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  12. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van M. Stumpel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli
  13. (getekend) M. Wolfrat (getekend) M. Stumpel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.