193861 WAJONG Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 juli 2019, 18/3400 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 26 augustus 2021 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. F.S. Jansen, advocaat, hoger beroep ingesteld en stukken ingezonden. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en rapporten ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft via videobellen plaatsgevonden op 15 juli 2021. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede. OVERWEGINGEN 1.1. Appellante, geboren [geboortedatum] 1981, heeft met een door het Uwv op 3 december 2015 ontvangen formulier een aanvraag ingediend om uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Daarbij is vermeld dat appellante sedert 1994 diabetes mellitus heeft en dat zij daarnaast klachten heeft die verband houden met auto-immuun hepatitis, fibromyalgie en een whiplash. Appellante heeft vermeld dat de kleinste inspanningen veel energie kosten. Zij heeft pijnlijke spieren en gewrichten en ze voelt zich continu moe. Appellante acht zich hierdoor niet in staat arbeid te verrichten. 1.2. Het Uwv heeft een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 4 september 2017 (besluit 1) heeft het Uwv de aanvraag om een Wajong-uitkering afgewezen omdat appellante arbeidsvermogen heeft. Bij afzonderlijk besluit van 4 september 2017 (besluit 2) heeft het Uwv vastgesteld dat appellante niet in aanmerking komt voor een Indicatie banenafspraak, omdat appellante in staat wordt geacht het wettelijk minimumloon te verdienen. Dit berust op de vaststelling van de arbeidsdeskundige dat appellante de drempelfunctie receptionist-telefonist kan verrichten. 1.3. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen besluit 1 en besluit 2. Bij besluit van 17 mei 2018 (bestreden besluit) heeft het Uwv de bezwaren van appellante ongegrond verklaard. Aan dit besluit ligt een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft in wat appellante in beroep heeft aangevoerd geen aanleiding gezien om te twijfelen aan het medische standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellante één uur aaneengesloten kan werken en ten minste vier uur per dag belastbaar is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep was bekend met de ziektebeelden en klachten van appellante en heeft deze betrokken bij zijn beoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht waarom de aandoeningen van appellante geen aanleiding geven om meer beperkingen vast te stellen. In zijn rapport van 30 oktober 2018 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk uiteengezet waarom in beroep geen nieuwe medische inzichten naar voren zijn gekomen die aanleiding geven om het ingenomen standpunt te wijzigen. Appellante heeft beperkingen die invloed hebben op de ADL, maar dat maakt niet dat appellante volledig ADL-afhankelijk is. De rechtbank is verder van oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep inzichtelijk uiteen heeft gezet dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikt en in staat is om een taak (de taak scannen en de taak invoeren van gegevens) in een arbeidsorganisatie te verrichten. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het Uwv bij het bestreden besluit terecht heeft vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft en niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Ten aanzien van de Indicatie banenafspraak heeft de rechtbank overwogen dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep inzichtelijk heeft onderbouwd dat en waarom appellante met haar beperkingen de drempelfunctie receptionisttelefonist kan verrichten. De omstandigheid dat appellante in het kader van haar aanvraag om bijstand is vrijgesteld van de sollicitatieverplichting doet geen afbreuk aan de bevindingen en conclusies van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Het Uwv heeft zich bij het bestreden besluit dan ook terecht op het standpunt gesteld dat appellante niet in aanmerking komt voor een Indicatie banenafspraak. 3.1. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat zij ten onrechte niet in aanmerking is gebracht voor een Wajong-uitkering en een Indicatie banenafspraak. Ten aanzien van de Wajong-beoordeling heeft appellante haar stelling herhaald dat zij geen arbeidsvermogen heeft. De ernst van de diabetes mellitus is zodanig dat zij op haar achttiende verjaardag geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. De ernst van de aandoening is daarna alleen maar verergerd waardoor zij ook andere aandoeningen heeft gekregen, zoals een carpaal tunnel syndroom (CTS) aan beide handen, een triggerfinger en neuropathie. Als gevolg van de diabetes mellitus heeft zij vier tot vijf keer per week een hypo. Deze hypo’s zijn zo ernstig dat zij gedesoriënteerd raakt en niet gedurende ten minste een periode van een uur een taak zou kunnen verrichten. Appellante wijst verder op de (verergerde) klachten ten gevolge van de whiplash, de auto-immuun hepatitis en de fibromyalgie. Als gevolg van haar lichamelijke klachten is zij meer dan regelmatig fysiek en mentaal uitgeput en moet zij vaak bijkomen. Zij is beperkt in haar ADL en heeft hulp in het huishouden. Zij is niet vier uur per dag belastbaar. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij verwezen naar informatie van haar behandelaars en naar een persoonlijk verslag over haar medische situatie en algemene informatie over haar aandoeningen. Ten aanzien van de weigering om haar een Indicatie banenafspraak toe te kennen heeft appellante herhaald dat zij in de periode van 2014 tot 2017 in het kader van de participatiewet is vrijgesteld van de sollicitatieverplichting zodat ook daaruit blijkt dat zij niet het minimumloon kan verdienen. 3.2. Het Uwv heeft onder verwijzing naar rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1.1. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong is (voor zover hier van belang) jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. 4.1.2. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.