Datum uitspraak: 9 september 2021 21/2389 AW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 mei 2021, 20/378 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam PROCESVERLOOP Mr. B.M. van Kerkvoorden heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 21 mei 2021 in afschrift aan partijen toegezonden. De laatste dag om tijdig een hogerberoepschrift in te dienen, was 2 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.