Datum uitspraak: 11 augustus 2021 19/2939 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 juni 2019, 18/2746 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. W.A. Timmer, advocaat hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft op 26 november 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 16 december 2020 heeft mr. Timmer namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft niet gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 26 november 2020 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskostenvergoeding voor de aan appellant in bezwaar, beroep en hoger beroep verleende rechtsbijstand wordt, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op €3.686,-, bestaande uit € 1.068,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting), € 1.870,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor de zienswijze op het deskundigenonderzoek) en € 748,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). De geclaimde kosten voor het opvragen van medische informatie van in totaal € 198,48 komen eveneens voor vergoeding in aanmerking. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.884,48. Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2021. (getekend) F.M. Rijnbeek (getekend) H. Alajai CVG
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.