← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2021:2554

20/677 WW-2 Datum beslissing: 15 oktober 2021 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de beslissing van de Raad van 3 augustus 2021, 20/677 WW-W [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) PROCESVERLOOP Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 februari 2020, 19/927 in het geding tussen verzoekster en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). In het kader van dit hoger beroep heeft verzoekster verzocht om wraking van de behandelend rechters. Dit verzoek is op 3 augustus 2021 afgewezen (ECLI:NL:CRVB:2021:2030). Bij brief van 6 september 2021 heeft verzoekster opnieuw een wrakingsverzoek ingediend, welk verzoek vervolgens is ingetrokken. Bij uitspraak van 30 september 2021 (ECLI:NL:CRVB:2021:2455) heeft de Raad het hoger beroep ongegrond verklaard, welke uitspraak bij brief van 6 oktober 2021 aan verzoekster is gezonden. Bij brief gedateerd op 6 oktober 2021, door de Raad ontvangen op 7 oktober 2021, heeft verzoekster verzocht om herziening van de beslissing van 3 augustus

  1. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is, voor zover hier van belang, artikel 8:54 van de Awb van overeenkomstige toepassing. Herziening van een uitspraak is een bijzonder rechtsmiddel (ECLI:NL:CRVB:2014:444). Artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb bepaalt dat tegen de beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat er geen mogelijkheid bestaat om herziening te vragen van een beslissing op een verzoek om wraking. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het verzoek, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek. Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober
  2. (getekend) E.J.M. Heijs (getekend) P.W.J. Hospel Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.