← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2021:2743

203051 ZVW Datum uitspraak: 4 november 2021 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 augustus 2020, 18/4234 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) CAK PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. T.P. Boer, advocaat, hoger beroep ingesteld. CAK heeft een verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN

  1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 6 juli 2018 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 14 februari 2018 ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt het standpunt ten grondslag dat CAK op grond van artikel 18f, zesde lid van de Zorgverzekeringswet (Zvw) bevoegd is om de aan appellant uit te betalen zorgtoeslag als tegemoetkoming in de door appellant aan CAK verschuldigde bestuursrechtelijke premie aan CJIB uit te laten betalen. Deze omleiding van zorgtoeslag is geen beslag, zodat de regels die gelden bij beslag – zoals het rekening houden met een beslagvrije voet – niet van toepassing zijn.
  2. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Raad (onder meer de uitspraak van 8 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1572) heeft de rechtbank onderschreven dat CAK op grond van het bepaalde in artikel 18f, zesde lid van de Zvw bevoegd was de zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan CJIB uit te laten betalen. Deze omleiding kan niet worden aangemerkt als beslag, zodat de regels van de beslagvrije voet als neergelegd in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen beperking bevatten om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
  3. Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en verwezen naar wat hij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. Hij heeft aangevoerd dat CAK met de omleiding op indirecte wijze inbreuk maakt op de beslagvrije voet, terwijl daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.
  4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  5. Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellant heeft zich in grote lijnen beperkt tot het herhalen van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. 4.
  6. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak op juiste wijze besproken en op inzichtelijke wijze gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. 4.
  7. De Raad onderschrijft de overwegingen en het daarop gebaseerde oordeel van de rechtbank en verwijst daarnaar. De betogen dat het bestreden besluit zonder wettelijke grondslag is genomen en dat bij de omleiding van de zorgtoeslag ten onrechte geen rekening is gehouden met de te respecteren beslagvrije voet slagen dus niet. 4.
  8. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  9. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november
  10. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) P. Boer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.