← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2021:2859

Datum uitspraak: 19 november 2021 20/1258 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 juli 2019, 19/613 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 19 januari 2019 niet-ontvankelijk verklaard. De Raad heeft die beslissing genomen zonder een zitting te houden op grond van de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend. Het verzet is behandeld op de zitting van 2 juli

  1. Appellant heeft door middel van een telefonische verbinding aan de zitting deelgenomen. Namens het college is niemand verschenen. Op de zitting heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelend rechter J.C. Boeree. De behandelend rechter heeft te kennen gegeven niet te berusten in de wraking. Bij uitspraak van 19 augustus 2021 van de wrakingskamer is beslist dat het verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen en bepaald dat een volgend verzoek om wraking ook niet in behandeling zal worden genomen. Op grond van artikel 3, lid 2, aanhef en onder c en f van de Wrakingsregeling kon zonder zitting worden beslist Bij brief van 7 oktober 2021 heeft appellant wederom verzocht om wraking. Bij brief van dezelfde datum heeft de Raad onder verwijzing naar de uitspraak van 19 augustus 2021 appellant te kennen gegeven dat het verzoek niet zal worden voorgelegd aan de wrakingkamer en de zitting op 8 oktober 2021 zal doorgaan. Het verzet is ter zitting van 8 oktober 2021 behandeld. Partijen zijn niet verschenen OVERWEGINGEN De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 19 januari 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en het hoger beroep niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 4 september
  2. Het hogerberoepschrift is op 18 februari 2020 bij de rechtbank ontvangen en vervolgens naar de Raad doorgezonden. De termijn voor het indienen van hoger beroep is daarmee overschreden. In verzet stuurt appellant omvangrijke stukken naar de Raad. In deze stukken gaat appellant niet in op feiten of omstandigheden die de vormverzuimen van het niet betalen van het griffierecht en het niet tijdig indienen van het hoger beroep rechtvaardigen en geeft hij ook geen redenen aan, waaruit blijkt dat de uitspraak van 19 januari 2021 niet op de juiste gronden is gedaan. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van B. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november
  3. (getekend) J.C. Boeree (getekend) B. van Dijk

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.