202697 WAJONG-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 30 juni 2020, 19/4475 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 19 november 2021 Zitting heeft: M. Schoneveld Griffier: V.M. Candelaria Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2021. Namens appellant is verschenen mr. E.T. van Dalen. Het Uwv heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door W.R. Bos. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Appellant, geboren op [geboortedatum] 1976, heeft in maart 2019 een laattijdige aanvraag ingediend om uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Bij besluit van 22 mei 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 november 2019 (bestreden besluit), heeft het Uwv deze aanvraag na medisch onderzoek afgewezen. Aan de afwijzing ligt ten grondslag dat er geen medische gegevens over het zeventiende en achttiende jaar van appellant beschikbaar zijn, zodat niet kan worden vastgesteld dat er vanaf die tijd arbeidsbeperkingen zijn op grond van ziekte of gebrek met een duurzaam karakter. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant evenals in beroep aangevoerd dat ondanks het ontbreken van nadere informatie die ziet op de medische situatie van rond zijn achttiende verjaardag kan worden vastgesteld dat hij destijds geen mogelijkheden voor arbeidsparticipatie had. Daartoe heeft appellant gesteld dat in 2016 is vastgesteld dat hij lijdt aan een aangeboren longaandoening met een progressief verloop en dat dit gegeven op zichzelf al voldoende is om te kunnen vaststellen dat hij rond zijn achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen had. Deze beroepsgrond slaagt niet. De Raad is net als de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid, dat in 2016 is vastgesteld dat bij appellant sprake is van een aangeboren longaandoening met progressief verloop, niet maakt dat op basis daarvan ook een oordeel gegeven kan worden over de medische situatie van appellant rond zijn zeventiende en achttiende verjaardag. Informatie over de medische situatie is alleen beschikbaar vanaf 2016 en daarmee ver na het relevante beoordelingsmoment. Uit de anamnese noch uit de verkregen informatie van de behandelende sector kan herleid worden dat er vanaf de zeventiende of achttiende verjaardag van appellant sprake was van arbeidsbeperkingen op grond van ziekte of gebrek. De omstandigheid dat medische gegevens ontbreken waarmee appellant zijn standpunt kan onderbouwen, komt bij een laattijdige aanvraag zoals deze voor risico van de aanvrager. De rechtbank heeft dan ook terecht het standpunt van het Uwv gevolgd dat niet kan worden vastgesteld dat appellant voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) V.M. Candelaria (getekend) M. Schoneveld
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.