Datum uitspraak: 1 december 2021 19/3555 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 15 juli 2019, 18/2212 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B.J.M. de Leest, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Het Uwv heeft op 10 maart 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij faxbericht van 16 maart 2021 heeft mr. De Leest namens appellant het hoger beroep ingetrokken en aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 10 maart 2021 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op in bezwaar, € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde 1 punt = € 534,-), in beroep € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde 1 punt = € 748,-) en € 748,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) voor verleende rechtsbijstand. Ook komen voor vergoeding in aanmerking de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken voor het inschakelen van deskundigen. Verzocht is om vergoeding van een drietal facturen: - een tweetal facturen van het DC Expertise Centrum van 14 en 31 mei 2019 tot een totaal bedrag van € 4.640,35, en - een factuur van WPEX van 23 februari 2021 tot een bedrag van € 3.623,95. De kosten worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Voor de werkzaamheden van de psychiater van DC Expertise Centrum
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.