← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2021:3079

Datum uitspraak: 9 december 2021 21/127 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 januari 2021, 20/3129 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Turkije (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.P. de Witte, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus

  1. Namens appellant is mr. De Witte verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek. De Svb heeft op 31 augustus 2021 een beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 1 september 2021 heeft mr. De Witte namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten. De Svb heeft geen verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat de Svb met de beslissing op bezwaar van 31 augustus 2021 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Aangezien de Svb in de beslissing op bezwaar van 31 augustus 2021 reeds een vergoeding van de kosten van appellante in bezwaar heeft toegekend staan de Raad slechts nog ter beoordeling de kosten in beroep en hoger beroep. De Raad ziet aanleiding de Svb te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.496,- in beroep en € 1.496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot de Svb wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Svb in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.992,-. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december
  2. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) K.R. van Renswoude

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.