Datum uitspraak: 9 december 2021 20/4291, 20/4292, 20/4293 WIA, 20/4294 WIA-VV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2020, 19/4040, 19/4042, 19/4043 en 19/6639 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek van 13 december 2020 om toepassing van artikel 8:81 van de Awb Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoekster heeft hoger beroep en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van verzoeker een griffierecht geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 23 december 2020 is verzoekster erop gewezen dat voor hoger beroep een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij afzonderlijke brief van 23 december 2020 is verzoekster erop gewezen dat voor het verzoek om voorlopige voorziening een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 14 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 7 januari 2021 is verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekster er rekening mee moet houden dat de voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandeld zal worden. De laatste dag waarop het griffierecht ontvangen moest zijn was 14 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.