Datum uitspraak: 16 december 2021 21/2981 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2021, 20/6279 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 19 mei 2021 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 18 augustus 2021 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 3 augustus 2021 ter post bezorgd. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij brief van 7 september 2021 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop niet geantwoord. Zij heeft slechts gevraagd om toewijzing van een advocaat. Er is dus niet gebleken dat aan appellante niet kan worden aangerekend dat zij de termijn voor hoger beroep heeft overschreden. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op16 december 2021. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) D. van der Boom Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours interjeté non-recevable. Par conséquent, décidée par M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de D. van der Boom en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public le 16 décembre 2021. Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.