Datum uitspraak: 8 april 2021 20/2523 WAZ en 20/2906 WAZ-VV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 in verbinding met de artikelen 8:119 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 december 2019, CRvB 18/344 en uitspraak op het verzoek van 30 juni 2020 om toepassing van artikel 8:81 van de Awb. Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoekster heeft een verzoek om herziening en tevens een verzoek om een voorlopig voorziening ingediend van de door de Raad op 18 december 2019 tussen partijen gewezen uitspraak. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening. Ingevolge artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de verzoeker een griffierecht geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 20 augustus 2020 is verzoekster erop gewezen dat voor het verzoek om herziening een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat deze bedragen uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij brief van 21 augustus 2020 is verzoekster erop gewezen dat voor het verzoek om een voorlopige voorziening een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat deze bedragen uiterlijk 14 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij brief van 29 augustus 2020, bij de Raad op 1 september 2020 ontvangen, heeft verzoekster verzocht om vrijstelling van betaling van de verschuldigde griffierechten. Bij brief van 2 september 2020 en bij brief van 2 oktober 2020 is verzoekster gewezen op de criteria die daarvoor gelden. Verzoekster is een termijn van twee weken gegeven om te reageren op de brieven van 2 september 2020 en 2 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.