← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:1190

Datum uitspraak: 19 mei 2022 22/126 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2020, 20/1240 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 19 augustus 2020 in afschrift aan partijen toegezonden. De laatste dag waarop tijdig hoger beroep kon worden ingediend, was 30 september

  1. Op 28 september 2021 heeft de rechtbank Amsterdam nogmaals een afschrift van de aangevallen uitspraak aan appellante per gewone post toegestuurd. Daarbij is appellante er op gewezen dat deze tweede verzending van de aangevallen uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep. Het beroepschrift is op 12 januari 2022 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 31 december 2021 ter post bezorgd. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij brief van 27 januari 2022 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop niet gereageerd. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei
  2. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) K.R. van Renswoude Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. DECISION Le Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) statue: Déclare l’opposition non fondée. Par conséquent, décidee pas M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de K.R. van Renswoude en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 19 mai
  3. Les intéressés et les organes d’administration auront le droit à presenter une opposition écrite contre la présente decision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.