← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:1930

20852 AKW, 20/2327 AKW Datum uitspraak: 18 augustus 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 januari 2020, 19/5113 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli

  1. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M.J.A. Erkens-Hanssen. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
  3. Appellante, afkomstig uit Roemenië, heeft op 18 februari 2019 bij de Svb een aanvraag voor dubbele kinderbijslag ingediend op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) voor haar dochter [naam dochter] , geboren op [geboortedatum] 2011 en bekend met een lichamelijke en verstandelijke handicap. 1.
  4. De Svb heeft de aanvraag bij besluit van 11 juni 2019 afgewezen. 1.
  5. Bij besluit van 2 oktober 2019 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante gegrond verklaard en bepaald dat appellante met ingang van het eerste kwartaal van 2019 recht heeft op dubbele kinderbijslag voor [naam dochter] .
  6. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De Svb heeft conform artikel 14, derde lid, van de AKW dubbele kinderbijslag verstrekt met ingang van de eerste dag van het kalenderkwartaal tijdens welke de aanvraag is ingediend. De Svb heeft niet de bevoegdheid om van die bepaling af te wijken. Naar het oordeel van de rechtbank is het verstrekken van dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht, zoals appellante heeft gevraagd, daarom niet mogelijk. 3.
  7. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij in Roemenië dubbele kinderbijslag ontving vanwege de medische situatie van [naam dochter] . Appellante is van mening dat zij op basis van de wet- en regelgeving van de lidstaten in de Europese Unie aansluitend op haar dubbele kinderbijslag in Roemenië voor dubbele kinderbijslag in Nederland in aanmerking dient te komen. Zij verzoekt dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht tot aan haar eerdere aanvraag van 7 december
  8. Appellante is van mening dat de weigering van dubbele kinderbijslag vanaf deze periode leidt tot discriminatie, schending van het recht op leven en schending van de rechten van het kind. 3.
  9. De Svb heeft in verweer bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
  10. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  11. Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de Svb niet de bevoegdheid had om naar aanleiding van de hier aan de orde zijnde aanvraag met terugwerkende kracht dubbele kinderbijslag te verstrekken over de periode voorafgaand aan het eerste kalenderkwartaal van
  12. Hieraan wordt toegevoegd dat appellante niet heeft onderbouwd op welke wijze zij is gediscrimineerd bij de toepassing van artikel 14, derde lid, van de AKW. Evenmin is gebleken dat het bestreden besluit in strijd is met het recht op leven, de rechten van het kind of aan het Unierecht te ontlenen rechten. Voorts wordt overwogen dat appellante tegen de besluiten waarin de aanvraag voor dubbele kinderbijslag op inhoudelijke gronden is afgewezen over de kwartalen voorafgaand aan 2019 rechtsmiddelen had kunnen aanwenden. 4.
  13. Uit wat onder 4.1 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  14. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter, en D.S. de Vries en A. van Gijzen als leden, in tegenwoordigheid van S.N. de Groot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus
  15. (getekend) B.J. van de Griend (getekend) S.N. de Groot

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.