21/3953 WIA-W Datum beslissing: 12 september 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) PROCESVERLOOP Namens verzoeker heeft mr. W.H. Beishuizen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 15 oktober 2021, 20/2745, in een geding tussen verzoeker en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Bij brieven van 14 maart 2022 is partijen bericht dat het hoger beroep op 12 mei 2022 ter zitting zal worden behandeld door de rechter I.M.J. Hilhorst-Hagen (behandelend rechter). Vervolgens zijn partijen bij brieven van 5 april 2022 bericht dat de zitting is uitgesteld in verband met een deskundigenonderzoek. Bij afzonderlijke brieven van dezelfde datum is aan partijen een (concept-)vraagstelling toegestuurd. Hierbij is de gelegenheid geboden daarop binnen twee weken te reageren. Namens verzoeker heeft mr. Beishuizen bij brief van 11 april 2022 gereageerd op de (concept-)vraagstelling. Hierbij is naar voren gebracht dat in de opsomming van de feiten het standpunt van de verzekeringsarts van het Uwv uitgebreider is toegelicht dan het standpunt van de door verzoeker ingeschakelde deskundige en dat dit gekleurd kan overkomen bij de door de Raad te benoemen deskundige. Verzocht is om ook de toelichting op het standpunt van de door verzoeker ingeschakelde verzekeringsarts Sprenkels op te nemen in de opsomming van de feiten. Het Uwv heeft de Raad bij brief van 6 mei 2022 bericht dat het zich kan vinden in de conceptvraagstelling. De Raad heeft verzoeker bij brief van 16 mei 2022 meegedeeld geen aanleiding te zien de in de brief van 11 april 2022 genoemde toelichting van verzekeringsarts Sprenkels op te nemen. Hierbij is vermeld dat in de (concept-)vraagstelling wordt verwezen naar de rapporten van Sprenkels, met vermelding van de paginanummers, en dat de brief van 11 april 2022 deel uit maakt van het dossier, waarvan de deskundige een kopie zal krijgen. Verzoeker heeft op 1 juni 2022 een verzoek om wraking van de behandelend rechter ingediend. De behandelend rechter heeft gereageerd op het wrakingsverzoek en daarbij te kennen gegeven niet te berusten in het verzoek. Verzoeker heeft naar aanleiding daarvan een reactie ingezonden. Verzoeker en de behandelend rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van de Raad op 5 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.