← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:216

21/2083 PW, 21/2112 PW-VV-R Datum uitspraak: 18 januari 2022 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 21 september 2021, 21/2083 PW, 21/2112 PW-VV Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP De Raad heeft na hier door mr. B. Özates, de gemachtigde van verzoekster, op te zijn gewezen, geconstateerd dat in zijn uitspraak van 21 september 2021 bij het vaststellen van de proceskosten ten onrechte geen proceskostenvergoeding is uitgesproken voor de werkzaamheden die zijn verricht voor het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening. Ook is bij de bepaling van de vergoeding van het griffierecht geen rekening gehouden met het griffierecht voor de voorlopige voorziening. De Raad heeft partijen bij brief van 30 november 2021 meegedeeld voornemens te zijn de uitspraak te verbeteren. In de genoemde brief is aan partijen meegedeeld dat zij binnen twee weken schriftelijk kunnen reageren op het voornemen van de Raad tot rectificatie van de uitspraak. Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 30 november 2021 gestelde termijn van twee weken, in verband waarmee de Raad ervan uitgaat dat bij partijen geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie. OVERWEGINGEN De Raad rectificeert rechtsoverweging 6 en de beslissing van de uitspraak van 21 september 2021, 21/2083 PW, 21/2112 PW-VV, als volgt. “

  1. Aanleiding bestaat om de Svb te veroordelen in de proceskosten van verzoekster. Deze kosten worden begroot op € 1.068,- in bezwaar, € 1.496,- in beroep, € 1.496,- in hoger beroep en € 748,- voor het verzoek om een voorlopige voorziening, in totaal € 4.808,- voor verleende rechtsbijstand. BESLISSING De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak; verklaart het beroep tegen het besluit van 16 oktober 2020 gegrond en vernietigt dat besluit; herroept het besluit van 17 maart 2020 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 16 oktober 2020; veroordeelt de Svb in de kosten van verzoekster tot een bedrag van € 4.808,-; bepaalt dat de Svb aan verzoekster het in beroep, hoger beroep en voor het verzoek om een voorlopige voorziening betaalde griffierecht van in totaal € 317,- vergoedt; wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 21 september 2021 als in de overwegingen is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door F. Hoogendijk, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 januari
  2. (getekend) F. Hoogendijk (getekend) J.A. Achterberg

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.