213866 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2021, 20/6190 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 13 oktober 2022 PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september
- Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Diamant. OVERWEGINGEN 1.
- Appellante, geboren in 1967, woont in Marokko. Haar in 1936 geboren echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt, maar is naar Marokko teruggekeerd, waar hij op 1 mei 2003 is overleden. De echtgenoot van appellante genoot een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). 1.
- Na het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante, in 2017, een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Bij besluit van 9 oktober 2017 heeft de Svb afwijzend beslist op deze aanvraag, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Het door appelante tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 26 maart 2020 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- In hoger beroep is door partijen herhaald wat al eerder is aangevoerd.
- De Raad oordeelt als volgt. 4.
- De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak verworpen op gronden die de Raad onderschrijft. Dat de echtgenoot van appellante langdurig in Nederland heeft gewoond en gewerkt en na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd tot aan zijn overlijden in 2003 recht had op een AOW-ouderdomspensioen, betekent niet dat appellante in verband met dit overlijden in aanmerking kan komen voor een ANW-nabestaandenuitkering. Bepalend is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW, terwijl hij toen evenmin ingevolge de Marokkaanse wetgeving verzekerd was. 4.
- Uit punt 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
- Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober
- (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) L.C. van Bentum Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de L.C. van Bentum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 octobre
- Les parties disposent d’une délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion d’assuré.