Datum uitspraak: 19 oktober 2022 20/3340 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 augustus 2020, 19/4895 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E. M. Prins, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft op 15 juni 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Op 21 juni 2022 heeft mr. Prins namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft op 5 juli 2022 medegedeeld zich te kunnen verenigen met een veroordeling in de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 juni 2022 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Voor een vergoeding van kosten in bezwaar bestaat geen grond, omdat van dergelijke kosten niet is gebleken. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.518,- in beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.138,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) hogerberoepschrift en 0,5 punt voor de schriftelijke zienwijze). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding voor verleende rechtsbijstand € 2.656,50. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.656,50. Deze uitspraak is gedaan door F. M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2022 (getekend) F.M. Rijnbeek (getekend) H. Alajai GdJ
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.