Datum uitspraak: 15 november 2022 20/544 WARZO, 21/4368 WARZO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2019, 19/3002 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.A. van den Berg, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juni 2021 behandeld. Appellante is verschenen en bijgestaan door mr. Van den Berg. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman. De Raad heeft het onderzoek heropend. Het Uwv heeft op 2 november 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. De Raad heeft mr. Van den Berg op 8 november 2021 om een reactie gevraagd. Op 21 november 2021 is daarop gereageerd. Het Uwv heeft op 11 januari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 18 januari 2022 heeft mr. Van den Berg namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 11 januari 2022 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.082,- in bezwaar, € 1.518,- in beroep en € 1.897,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. De gevraagde reiskosten van € 13,- in verband met het bijwonen van de zitting bij de Raad op 2 juni 2021 komen voor vergoeding in aanmerking. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.510,50. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op *. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) K.R. van Renswoude 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting van 28 maart 2019 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor de zitting van 5 december 2019 1 punt voor het hogerberoepschrift, 1 punt voor de zitting van 2 juni 2021 en ½ punt voor de nadere reactie (I34 en I37) Volgens www.9292ov.nl is een enkele reis € 9,-, retour dus € 18,-. M.i. zijn de reiskosten aannemelijk en de gevraagde €13,- vergoeden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.