← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:2723

203292 WSF Datum uitspraak: 14 december 2022 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 augustus 2020, 19/6182 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november

  1. Appellante is niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. E.H.A. van den Berg. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante heeft op 24 augustus 2019 een basisbeurs aangevraagd. Dit heeft geleid tot het besluit van 24 augustus 2019 waarbij de minister aan appellante voor de periode augustus 2019 tot en met december 2019 een basisbeurs heeft toegekend. 1.
  3. Bij besluit van 21 oktober 2019 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van appellante tegen de bij het besluit van 24 augustus 2019 vastgestelde ingangsdatum van de basisbeurs, ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de op 24 augustus 2019 ingediende aanvraag om een basisbeurs op grond van het bepaalde in artikel 3.21 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) geen verdere terugwerkende kracht heeft dan tot de start van het studiejaar op 1 augustus
  4. Voor toekenning van een basisbeurs per 1 juli 2019 (de eerste dag van de maand volgend op het kwartaal waarin appellante achttien jaar oud is geworden) had de aanvraag uiterlijk op 31 juli 2019 moeten zijn ingediend.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat gelet op het bepaalde in artikel 3.21, derde lid, van de Wsf 2000 de ingangsdatum van de basisbeurs terecht is vastgesteld op 1 augustus
  6. Voor de minister bestaat geen wettelijke verplichting om een studerende voorafgaande aan zijn of haar achttiende verjaardag persoonlijk te informeren over de mogelijkheid om een basisbeurs aan te vragen en de daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijke informatie valt voorts te lezen op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.
  7. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij niet op de hoogte was van alle voorwaarden voor studiefinanciering en zij ter zake ten onrechte geen informatie van de minister heeft ontvangen. De minister zou coulant moeten zijn.
  8. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  9. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is een nagenoeg woordelijke herhaling van de in beroep aangevoerde gronden. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden en argumenten naar voren gebracht, of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. 4.
  10. De rechtbank heeft de beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de overwegingen die tot het oordeel in de aangevallen uitspraak hebben geleid. Hier wordt het volgende aan toegevoegd. 4.
  11. De onbekendheid van appellante met de voorwaarde van het tijdig aanvragen van een basisbeurs vormt geen omstandigheid op grond waarvan de minister met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 11.5 van de Wsf 2000, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.21, derde lid, van de Wsf 2000, aan appellante (ook) een basisbeurs over de maand juli 2019 had moeten toekennen. Deze omstandigheid komt geheel voor haar rekening en risico. 4.
  12. Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  13. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december
  14. (getekend) D.S. de Vries (getekend) S.S. Blok

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.