← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:273

Datum uitspraak: 1 februari 2022 21/3329 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 augustus 2021, 20/885 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellanten] te [woonplaats] (appellanten) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer (college) PROCESVERLOOP Namens appellanten heeft mr. H. Tadema, advocaat, hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 21 september 2021 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Bij brief van 19 oktober 2021 heeft de gemachtigde van appellant gevraagd om verlenging van de termijn voor het indienen van de gronden. Bij brief van 20 oktober 2021 is de termijn verlengd tot en met 2 november

  1. De gemachtigde van appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 5 november 2021 is aan de gemachtigde van appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is de gemachtigde van appellante erop gewezen dat, als hij de gronden niet inzendt binnen de gestelde termijn, hij er rekening mee moet houden dat de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld. De gemachtigde van appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij brief van 17 december 2021 heeft de gemachtigde van appellante zich aan de zaak onttrokken. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari
  2. (getekend) E.C.R. Schut (getekend) K.R. van Renswoude Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.