← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:286

203633 WAJONG-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 16 september 2020, 20/871 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 19 januari 2022 Zitting heeft: A.I. van der Kris Griffier: J.J.C. Vorias Het onderzoek ter zitting heeft via videobellen plaatsgevonden op 19 januari 2022. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. E.T. van Dalen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.I. Damsma. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Appellante, geboren op [geboortedatum] 1963, heeft op 2 januari 2019 een laattijdige aanvraag ingediend om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Bij besluit van 31 juli 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 februari 2020 (bestreden besluit), heeft het Uwv deze aanvraag na medisch onderzoek afgewezen. Aan de afwijzing ligt ten grondslag dat er geen medische gegevens over het zeventiende en achttiende jaar van appellante beschikbaar zijn, zodat niet kan worden vastgesteld dat er vanaf die tijd arbeidsbeperkingen zijn op grond van ziekte of gebrek met een duurzaam karakter. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel rust worden geheel onderschreven. De rechtbank heeft terecht overwogen dat bij laattijdige Wajong-aanvragen de bewijslast en het bewijsrisico bij de aanvrager liggen en dat slechts beperkingen kunnen worden aangenomen voor zover dit volgt uit beschikbare medische gegevens. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest. Het Uwv heeft appellante meermaals gevraagd om gegevens op grond waarvan nader onderzoek kon worden gedaan. Appellante heeft geen medische gegevens overgelegd die zien op haar 17de en 18de levensjaar, zelfs geen namen van behandelaars of van (zorg)instellingen. Het Uwv had dus niets in handen om nader onderzoek te kunnen doen. Dat appellante op 7-jarige leeftijd een nekoperatie heeft ondergaan en op 14-jarige leeftijd de treinkaping bij De Punt heeft meegemaakt, is onvoldoende om daaruit af te leiden dat zij op haar 17de en 18de verjaardag arbeidsongeschikt was. De rechtbank heeft dan ook terecht het standpunt van het Uwv gevolgd dat niet kan worden vastgesteld dat appellante voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend.) J.J.C. Vorias (getekend.) A.I. van der Kris Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.