Datum uitspraak: 17 februari 2022 21/1222 TOZO-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 18 februari 2021, 20/3431 TOZO (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak op 7 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft dit gedaan zonder een zitting te houden, met toepassing van de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant is het niet eens met de uitspraak van de Raad van 7 september 2021 en heeft verzet gedaan. Het verzet is behandeld op de zitting van 20 januari
- Appellant was op de zitting aanwezig. Het college is niet verschenen. OVERWEGINGEN De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 7 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop op tijd een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 7 april
- Het door appellant ingediende hogerberoepschrift is gedateerd op 6 april 2021 en volgens de poststempel op 8 april 2021 ter post bezorgd. Het beroepschrift is op 12 april 2021 bij de Raad ontvangen. In verzet heeft appellant verklaard dat hij het beroepschrift op 6 april 2021 heeft opgesteld en dezelfde middag voor 17.00 uur in een brievenbus heeft gedaan. De brievenbus wordt in [woonplaats] soms later geleegd en de post wordt vervolgens naar een sorteercentrum in Nieuwegein gestuurd waardoor het poststuk later kan zijn afgestempeld. Ook corona zorgt voor vertraging in postbezorging. De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Er is niet gebleken dat de postbezorging binnen Nederland vertraging ondervond door corona op het moment dat appellant zijn hogerberoepschrift heeft gepost. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van appellant dat hij het hogerberoepschrift op tijd heeft gepost, is daarvoor niet toereikend. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van N.N. Gambier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari
- (getekend) J.C. Boeree (getekend) N.N. Gambier