Datum uitspraak: 3 februari 2022 20/1426 WAJONG Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 februari 2020, 19/1613 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.A. van Ham, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft op 28 januari 2021 een nieuwe beslissing genomen. Bij brief van 12 maart 2021 heeft mr. van Ham namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met het beslissing van 28 januari 2021 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft zich in zijn brief van 7 april 2021 op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Het Uwv heeft daartoe aangevoerd dat zij naar aanleiding van het ingediende hoger beroepschrift geen nieuwe beslissing heeft afgegeven waarmee geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante. Met het Uwv is de Raad van oordeel dat het hoger beroep van appellante niet is ingetrokken als gevolg van een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Het verzoek om een proceskostenveroordeling dient dan ook te worden afgewezen, omdat geen sprake is van een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2022. (getekend) J.P.M. Zeijen (getekend) H. Alajai GdJ
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.