Datum uitspraak: 3 januari 2022 19/3587 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 9 juli 2019, 17/3046 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft op 28 januari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Omdat het Uwv de gemaakte kosten in de bezwaarfase inmiddels heeft toegekend, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten voor verleende rechtsbijstand worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 2.277,- in beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor de zienswijze na verslag deskundigenonderzoek en 0,5 punt voor het verschijnen ter nadere zitting) en € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) hogerberoepschrift). De vergoeding voor de kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, wordt berekend conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts). Appellante heeft in beroep een deskundigenrapport ingezonden van verzekeringsarts H.J.M. van der Planken en orthopedisch chirurg M. Bonnet en in hoger beroep een medisch en arbeidskundig rapport van verzekeringsarts P.J.A.J. van Amelsfoort en arbeidsdeskundige M. Overduin. Voor de werkzaamheden van het onderzoek door Van der Planken en Bonnet heeft appellante om vergoeding van 6 uur en 45 minuten op basis van het door Van der Planken gehanteerde uurtarief van € 222,- verzocht alsook vergoeding van administratiekosten van € 23,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.