← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:547

Datum uitspraak: 3 maart 2022 20/3393 AOW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:119, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 augustus 2020, 17/7245 (aangevallen uitspraak) Partijen: De erven van [betrokkene] , laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats] , Marokko(verzoekers) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP De Raad heeft op 30 september 2021 het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2020 niet ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het verzoek om herziening niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft dit gedaan zonder een zitting te houden, met toepassing van de artikelen 8:54 en 8:119, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekers zijn het niet eens met de uitspraak van de Raad van 30 september

  1. Namens verzoekers heeft [naam] verzet gedaan. Het verzet is behandeld op de zitting van 20 januari
  2. Partijen zijn niet verschenen. OVERWEGINGEN In de uitspraak van de Raad van 30 september 2021 heeft de Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht nadat een verzoek om vrijstelling van het griffierecht is afgewezen, niet is betaald. In zijn verzetschrift stelt de gemachtigde van verzoekers dat bij de beoordeling van het verzoek om vrijstelling van het griffierecht is uitgegaan van zijn inkomen. Dit is niet juist omdat uitgegaan moet worden van het inkomen van verzoekers. Verzoekers hebben geen capaciteit om het griffierecht te betalen. De Raad volgt de gemachtigde van verzoekers in zijn stelling dat de Raad ten onrechte van zijn financiële gegevens is uitgegaan. De Raad heeft de gemachtigde daarom met een brief van 30 november 2021 in de gelegenheid gesteld om door middel van het toezenden van stukken en het invullen en retourneren van het bij die brief gevoegde formulier alsnog aan te tonen dat verzoekers niet over voldoende middelen beschikken om het griffierecht te voldoen. De Raad heeft het formulier op 11 januari 2022 retour ontvangen. Het formulier is ingevuld op naam van de gemachtigde en eveneens door hem ondertekend. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat verzoekers in betalingsonmacht verkeren. Ondanks dat de Raad verzoekers alsnog in de gelegenheid heeft gesteld om het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen, is daaraan niet voldaan. De Raad ziet hierin aanleiding om het verzet ongegrond te verklaren. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van N.N. Gambier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart
  3. (getekend) J.C. Boeree (getekend) N.N. Gambier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.