← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2022:572

Datum uitspraak: 3 maart 2022 21/4462 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 november 2021 , 21/2241 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Mr. L.M. van Rooij-Houweling, advocaat, heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 8 november 2021 in afschrift aan partijen toegezonden. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 20 december

  1. De uitspraak, verzonden op 8 november 2021, is onbestelbaar aan de rechtbank Rotterdam geretourneerd. Op 29 november 2021 heeft de rechtbank Rotterdam nogmaals een kopie van de uitspraak aan de gemachtigde van appellante per gewone postverzending gestuurd. Daarbij is de gemachtigde van appellante erop gewezen dat deze tweede verzending van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep. Het beroepschrift is op 21 december 2021 per e-mail ontvangen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Gemachtigde van appellante heeft ten aanzien van de reden van de termijnoverschrijding in haar beroepschrift aangevoerd dat de rechtbank de uitspraak per aangetekende post heeft toegezonden, maar de brief onbestelbaar retour is gezonden. Vervolgens is de uitspraak nogmaals per gewone post verzonden en de termijn voor instellen van het beroepschrift zou hiermee opnieuw zijn aangevangen. Wat de gemachtigde van appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de gemachtigde van appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M Zeijen, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart
  2. (getekend) J.P.M. Zeijen (getekend) H. Alajai Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. GdJ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.