Datum uitspraak: 12 juli 2023 21/2598 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 juni 2021, 21/466 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J. Nieuwstraten, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Bij brief van 15 november 2022 heeft mr. Nieuwstraten namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft schriftelijk gereageerd. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Vastgesteld wordt dat mr. Nieuwstraten het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het besluit van het college van 7 oktober 2022, waarbij het college is teruggekomen op de eerdere besluitvorming. Hiermee is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante. Het college heeft bij brief van 9 december 2022 laten weten geen verweer te voeren tegen een eventuele veroordeling in de proceskosten. Het college wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.194,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting in bezwaar), € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.705,-. Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2023. (getekend) J.J. Janssen (getekend) A. Giesen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.