Datum uitspraak: 18 juli 2023 22/3449 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2018, 17/5925 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam PROCESVERLOOP Mr. M.I. L’Ghdas, advocaat, heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 14 februari 2018 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is pas op 2 november 2022 per e-mail ontvangen. Dit betekent dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij brief van 12 december 2022 is aan gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van 8 januari 2023 geantwoord dat appellant destijds, alsook lange tijd daarna, door psychische klachten niet in staat was te beslissen over het al of niet in hoger beroep gaan en dat hij evenmin besef had van de gevolgen van het niet instellen van hoger beroep. Hij heeft in dit verband verwezen naar brieven van psychiater C.A. van Slooten van 22 april 2021 en van psychiater R.W. Kupka van 4 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.