Datum uitspraak: 22 augustus 2023 21/2307 PW, 21/2308 PW, 21/2309 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 18 mei 2021, 20/3149, 20/3591 en 20/3728 (aangevallen uitspraken) Partijen: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken. Namens betrokkene heeft mr. F. Boukich, advocaat, verweerschriften ingediend. Bij brief van 5 april 2023 heeft het college de hoger beroepen ingetrokken. Bij bericht van 11 april 2023 heeft mr. Boukich namens betrokkene aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft schriftelijk gereageerd. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Vastgesteld wordt dat het college het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van de uitnodiging voor de zitting op 9 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.